You are here

De Europese Norm EN 14904

De europese norm EN 14904 voor indoor sportvloeren.
Sinds minister Muyters van de Vlaamse regering een paar miljoen euro ter beschikking heeft gesteld voor de renovatie of het aanleggen van  indoor sportvloeren, is deze norm dikwijls ter sprake gekomen. Een van de voorwaarden voor het toekennen van de subsidie is o.a. de eis dat de vloer, waarvoor de gemeente een subsidie aanvraagt, moet beantwoorden aan de europese norm EN 14904:2006.
Deze norm werd goedgekeurd op 2 maart  2006 en kreeg in 29 Europese landen de status van nationale norm die verplicht zou worden  vanaf 2008.

Wat betekent nu deze norm?
 
Een beetje geschiedenis.

Sinds het ontstaan van de Europese Unie werd op alle vlakken gestreefd naar meer uniformiteit tussen de verschillende lidstaten. Dus ook voor sportvloeren. De verschillende landen van de Unie hadden elk hun eigen eisen – of helemaal geen - die werden opgelegd bij het aanleggen van een sportvloer. Op dit gebied waren vooral Duitsland en Oostenrijk met hun DIN-norm 18032 en Nederland met hun NOC-NSF-norm (ISA) de trendsetters: de vloer moest niet alleen een goed dempend vermogen hebben, maar moest ook de gepaste stroefheid bezitten, een goede balreflectie waarborgen, perfect vlak zijn, enz… B.S.I., AFNOR, DIN, ÖNORM, NOC-NSF, BIN ,I.S.T… zelfs KUL… een Babelse verwarring. Allemaal hadden ze hun eigen visie op eisen gesteld aan een goede sportvloer.

Ongeveer 20 jaar geleden werd door de verschillende Europese landen de CEN (Centre for European Normalisation/Centre Européen de Normalisation – Europäisches Komitee für Normung)  opgericht die de vereisten zou uitwerken waaraan een kunstgras sportveld, een natuurgrasveld, een looppiste, een indoor sportvloer, enz.. moeten voldoen. Verschillende werkgroepen werden opgericht. Wij beperken ons tot CEN/TC (technical committee) 217 : surfaces for indoor sports areas.
De bedoeling van deze werkgroep was een Europese maatstaf op te stellen met vereisten waaraan vloeren voor multifunctioneel sportgebruik (met uitzondering van tennis) moeten beantwoorden. Het gaat zowel over puntelastische vloeren (geprefabriceerd of in situ aangebracht) gemengd elastische, vlakelastische en combi-elastiche vloeren (vlakelastische met een puntelastische toplaag)
 
TOPFLOOR had de mogelijkheid om samen met Michel Van Espen (BLOSO), aan meerdere vergaderingen deel te nemen in Londen, Berlijn, Brugge (Bloso sportcentrum),Papendal, Barcelona,… in werkgroep 2 van TC217. Bij een stemming voor het voorzitterschap van de werkgroep kreeg (dank zij of door onze (on)gelukkige inbreng) Nederland de leiding van de werkgroep  “indoor surfaces for multi-sports use”. De Hollanders waren ook ver gevorderd met hun meetapparatuur. De Britten (BSI) werden met  het secretariaatswerk belast en zouden alles wat door de diverse landen werd aangebracht coördineren.
 
Niet door Nederland, maar door andere landen moest de Duitse “Grundlichkeit” inleveren. Hun DIN-norm vereiste o.a. aan dempend vermogen van min. 53 % . Dit was te hoog gegrepen door een reeks fabrikanten die dunnere bekledingen fabriceerden met een onderlaag van PVC-schuim of rubber en nooit of zeer moeilijk zo’n hoog dempend vermogen konden bereiken. Daarom werd een compromis gemaakt en de norm afgezwakt: de EN-norm vereist een schokdempend vermogen tussen 25 en 75 %. 
Een schokabsorptie van 25 % volstaat dus. Alle fabrikanten van 5 of 6 mm dikke vloerbekledingen kondigen nu met toeters en bellen aan dat hun vloer beantwoordt aan de EN-norm 14904.

Bij de test met de rollende last worden puntelastische vloeren getest met 100kg ipv de 150kg die de DIN hanteert en de EN voor voor vlakelastische.
Dus niet alleen werden de normen afgezwakt, de diverse types vloer worden met verschillende gewichten gewikt en gewogen.   
 

EN 14904 – CRITERIA EN EISEN.
 
Op de vloer gebeurt alles: het is het eerste en voornaamste toestel van de sporthal. Daarom moet deze niet alleen goede sport-technische kwaliteiten (veiligheid), maar ook goede mechanische eigenschappen bezitten. Sinds 2008 zou elke vloer in de Europese gemeenschap moeten voldoen aan een reeks sport-technische en mechanische kwaliteiten.
 

  1. SPORT-TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN.

  • Het schokabsorberend vermogen (EN 14808) vooral bij hoge belasting : de eerste en voornaamste eis van een goede sportvloer is het voorkomen van blessures. Bij het uitoefenen van zijn sportactiviteiten mag een sportbeoefenaar, of het nu recreatief of professioneel is, niet blootgesteld worden aan plotse of zware belasting van het beweginsgapparaat. Een getraind lichaam kan tegen een stootje, maar zelfs dan zijn er onverwachte en zware krachten die de ligamenten, spieren en ruggengraat ernstige schade kunne toebrengen. Gescheurde kruisbanden maken een kruis over een sportcarrière.Een vloer die hard aanvoelt wordt als onprettig ervaren.
En minimale demping van 25 % is zeker niet te hoog gegrepen.
Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen
  • puntelastische (type P) point-elastic
  • vlak elastisch(type A) area-elastic
  • gecombineerd elastisch  (type C) combined-elastic.
  • gemengd elastisch (type M) mixed elastic.  
Type P 1 : demping tussen 25 en 35 %
Type P 2 : demping tussen 35 en 45 %.
Type P 3 : demping minimum 45 %.
Type A 3 , C 3 en M3 : demping tussen 45 en 55 %
Type A 4 , C 4 en M 4 : demping tussen 55 en 75 %.
 
Opvallend is dat het schokabsorberend vermogen merkelijk hoger is voor vlakverende dan voor puntelastische vloeren (het begint bij vlakverende vloeren waar het eindigt bij puntelastische). Het is dan ook niet te verwonderen dat men meer en meer opteert voor vlakverende systemen.
 
  • De verticale vervorming (EN 14809): bij het lopen en springen of bij een bruuske beweging moet de vloer kunnen doorbuigen maar ook de opgenomen energie zoveel mogelijk teruggeven. Het meeveren van een vloer is noodzakelijk, maar moet beperkt blijven. Wanneer u op los zand loopt of op een matras, wordt de energie perfect opgenomen maar niet teruggeven. U houdt het lopen niet lang vol want na een minimum van tijd bent u bekaf. Bij het verspringen gebruikt men dan ook los zand om een goede afbouw van energie te krijgen. Maar los zand of een matras zouden nooit een goede sportvloer kunnen zijn.
De doorbuiging van een goede sportvloer mag maximaal 5 mm bedragen en het energieverlies mag niet hoger zijn  dan  20 % . Voor puntelastische vloeren bedraagt dit, volgens het type, tussen 2 en 3,5 mm.Vlak-elastische vloeren moeten een vervorming van minstens 2,3mm bereiken 
  • De gepaste stroefheid (EN 13036-4) : Een sportschoen moet kunnen draaien en schuiven over de vloer zodat extra belasting (enkels en knieën) vermeden wordt. Sommige vloeren zijn glad als een ijsbaan, ander zijn zo stroef dat de voet blokkeert bij een draaiende beweging wat verstuikingen tot gevolg kan hebben.Ook in natte toestand moet een sportvloer voldoende stroef blijven.
Het is ook belangrijk dat men bij een “sliding” op de vloer geen brandwonden oploopt en de kleren niet opstropen. Stroefheid : 80 – 110.
 
  • Balstuitgedrag (EN12235):  
Voor balsporten waarbij de bots op de vloer belangrijk is (vooral basket) is een goede (verticale) weerkaatsing van de bal een absolute must. Wanneer dit op een betonnen vloer 100 % is, moet dit op een goede sportvloer minimaal 90 % bedragen. Wanneer een bal van 180 cm hoog op beton botst , moet dit minstens 162 cm bedragen op een sportvloer. De balstuit moet ook over gans de vloer dezelfde zijn. De bal mag niet “doodvallen” op sommige weke plekken. Voor een voetballer moet de vloer overal egaal zijn (geen opstotende naden, vloerankers of ringen die te hoog zitten).

 
 
2.MECHANISCHE EIGENSCHAPPEN.
 

  • Weerstand tegen rollende last (EN1569):
De vloer mag in principe niet beschadigd worden bij het verplaatsen van baskettorens of tribunes, of ander rollend materiaal die bij het normaal gebruik van de sporthal horen. Dit betekent dit dat de vloer moet weerstand bieden aan 1.500N of 1.000N voor puntelastische vloeren.. In de praktijk gebeurt dit met volgende test : een gewicht van 150 kg op één metalen wieltje van 20 mm breed, wordt 300 maal over dezelfde strook gerold. Er mag geen zichtbare schade zijn en de indruk mag niet groter zijn dan 0,5 mm over een breedte van  30 cm.
 
  • Vlakheid (EN 13036-7):
Niet alleen over het speelgedeelte, maar ook in de uitloop en veiligheidszones moet de vloer perfect vlak zijn. Over een afstand van 30 cm mag er maximaal een niveauverschil zijn van 2 mm en mag nooit meer bedragen dan 6 mm over een afstand van 3 m.  Vloerankers en deksels boven grondbussen mogen niet boven de vloer uitsteken. Losliggende vloerbekleding en opkrullende naden moeten absoluut vermeden worden.
 
  • Weerstand tegen slijtage: (ISO 5470-1):
Vermits een sportvloer meestal een vrij dure investering is, verwacht men terecht ook een lange levensduur. Zelfs na 10 jaar intensief gebruik moet de vloer, ook in de doelgebieden, er nog behoorlijk bijliggen. Het regelmatig kuisen met een schrob-zuigmachine mag geen hinder zijn.  Bij een Taber test, waarbij de H18 roterende wieltjes, belast met een gewicht van 1.000gr, gebruikt worden, mag het gewichtsverlies na 1.000 omwentelingen niet groter zijn dan 1.000 mg.
Bij vloer met een coating slijtlaag (PUR-vloer of gelakte parket) mag het gewichtsverlies bij het gebruik van CS 10 wieltjes, belast met een gewicht van 500 gr, na 1.000 omwentelingen niet groter zijn dan 80 mg.
 
  • Brandbestendigheid (EN 13501) – Rookontwikkeling
Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen waaruit een vloer is samengesteld. In principe worden alle onderdelen getest en bepaalt het minst aan vuur weerstand biedend onderdeel de classificatie. De vereiste classificatie voor brand : klasse Dfl, Cfl, Bfl of A2 fl
Rookontwikkeling :
s1: rook kleiner dan 750% x minuten.
s2: producten die niet voldoen aan klasse 1.
Dit is een zeer technische materie.
 
  • Emissie Formaldehyde (EN 717-1 -2) Pentachorophenol (EN 12673):
Natuurlijk moet rekening gehouden worden met het milieu en de gezondheid van de gebruikers. Bij de productie van vloerbekledingen moet het gebruik van pentachlorophenol (PCP) vermeden worden en mogen er geen emissies zijn van welke stof ook die nadelig kan zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Het gebruik van formaldehyde in houtvezel en andere houtachtige platen moet vermeden worden. Hou er rekening mee dat de vloer ooit zal moeten vervangen worden.  PVC en polyurethaan hebben een weinig benijdenswaardige milieureputatie (moeilijk afbreekbaar en toxisch bij verbranding, theoretisch maar in de praktijk meestal niet recycleerbaar). Eik, beuk, linoleum… er zijn degelijke en mooie natuurproducten. 

Het is zeer positief dat 29 Europese landen de norm 14904 hebben aanvaard en dat elke sportvloer, of het nu over een turnzaaltje van een lagere school of in een multifunctionele sporthal gaat, moet beantwoorden aan bepaalde minimum eisen van veiligheid, comfort  en duurzaamheid. Eindelijk definitief gedaan met de “betonnen sportvloer” (er zijn nog vele zalen in Vlaanderen van dit type  of met een harde vloer “goed voor alles – o.a. bal van de burgemeester – maar niet voor sport”.

vereisten om de EN14904 te behalen
de electronische atleet, krachtafbouw
grondige analyse van grafieken
afwijking vaststellen na test met de rollende last
vereisten om de EN14904 te behalen
de electronische atleet, krachtafbouw
grondige analyse van grafieken
afwijking vaststellen na test met de rollende last